Elsemieke: ‘Ik dronk koffie met mijn 16-jarige zelf en vertelde haar dat het niet altijd zo donker blijft’

elsemieke column Beeld: Michelle van den Broek Fotografie
Elsemieke Tijmstra
Elsemieke Tijmstra
Leestijd: 7 minuten

Elsemieke (30) is samen met T (32), moeder van twee zoontjes (3,5 en 1,5) en redacteur bij Kek Mama. Probeert op veel te weinig slaap, als eersteklas chaoot, wat van het moederschap te maken.

Lees verder onder de advertentie

Ik drink koffie met mijn jongere zelf. Nou ja, geen koffie, want ik lust geen koffie. Ik bestel een verse muntthee met honing. Ze rolt met haar ogen. Ik lach inwendig. Ja meisje, je lijkt veel meer op je moeder dan je lief is, daar kom je nog wel achter.

Lees verder onder de advertentie

Erbij horen

Mijn zestienjarige zelf zit wel met een koffie voor zich. Zij zit nog in de fase dat ze het wil leren drinken, want ze wil erbij horen. Er zit suiker in, karamelsiroop, slagroom en melk, maar het is nog steeds te smerig voor woorden. Bittere smaken ga ik niet aan wennen, weet ik inmiddels, vijftien jaar later. Toen deed dat er niet toe. Iedereen dronk koffie, dus zij ook.

Lees verder onder de advertentie

Ze kijkt me onderzoekend aan. Ik ben niet eens zo veel veranderd eigenlijk, alleen wel echt ouder geworden in mijn gezicht. Zou zij dat ook zien? Ik kijk terug, met een glimlach. Wat is ze nog jong, maar wat vindt ze zichzelf al volwassen. Ze denkt alles al te weten, terwijl ze eigenlijk nog maar zo vreselijk weinig weet. Ik weet dat ik me vereerd mag voelen dat ze hier is. Ze komt eigenlijk nauwelijks haar bed uit. De eerste depressie is een feit. Greep haar, nietsvermoedend. Niet uit het niets, achteraf gezien, maar zo voelde het destijds wel. ‘Dank je wel, dat je bent gekomen.’

Depressie

Ze knikt schuchter. Haar ogen schieten heen en weer. Ik zie angst. Mijn hart breekt een beetje voor haar. Ik weet nog maar al te goed hoe ze zich voelt. ‘Komt het goed?’ vraagt ze me. Ik slik. Er komt nog zoveel narigheid op haar pad, waar ze geen weet van heeft. Nog zo veel depressies. Een angststoornis. Verbroken vriendschappen en relaties. Het wordt eerst nog veel erger, voor het goedkomt. Ik durf het haar niet te zeggen. In plaats daarvan knik ik. ‘Uiteindelijk komt het goed.’

Lees verder onder de advertentie

‘Moet ik van school?’ Haar grootste angst op dat moment. Van school gestuurd worden door spijbelen, uit angst voor een presentatie die iedereen moeten geven bij Engels. Ze durft gewoonweg niet. Het gaat verder dan wat presentatievrees. Het is een groeiende angststoornis, maar dat ziet op dat moment niemand. School heeft er geen begrip voor. En ze weet het zelf nog niet. Dat het niet normaal om je zo te voelen. Zo veel angst te voelen bij dagelijkse dingen. Ze weet het niet.

Resting bitch face

Ik heb met haar te doen. ‘Ja. Maar ook dat komt goed. Beloofd. Sterker nog, je komt er een hele leuke jongen tegen die je dingen laat voelen die je niet voor mogelijk had gehouden.’ Ze kijkt me verbijsterd aan en trekt dan even een wenkbrauw op, wendt haar blik af. Ik zie ineens wat anderen zouden kunnen zien als ze haar niet goed kennen. De resting bitch face, die oogt als arrogantie. Ze haat het dat ze als arrogant of een bitch wordt bestempeld, want dat is ze niet. De angststoornis helpt er niet aan mee. Hoe angstiger ze is, hoe meer ze zich afsluit en hoe minder contact ze maakt. Hoe donkerder haar gezicht wordt. Wat dan weer arrogant overkomt. Ze komt er wel overheen, binnen nu en vijftien jaar. Dan kijkt ze me weer aan, vuur in haar ogen. ‘Wat zeg jij nou? Niels en ik blijven voor altijd samen. Hij is de liefde van mijn leven.’

‘Ik kijk haar aan, een beetje trots, eigenlijk. Want kijk eens hoe ver dat onzekere, depressieve meisje eigenlijk is gekomen, vijftien jaar later?’

Lees verder onder de advertentie

Ik kan het niet helpen dat ik een beetje moet gniffelen. Zo zeker van haar zaak. Ze dacht het echt. Maar het duurt niet eens zo lang meer, voor ze beseft dat dat toch niet helemaal het geval is. ‘Het blijkt toch van niet. Die jongen van je nieuwe school, blijkt het ook niet te zijn, ook al weet je dat nog veel zekerder dan dat je nu bent. Zelfs het vriendje daarna niet.’ Nu kijkt ze me ronduit verbouwereerd aan. ‘Wat?!’ Ik lach nu voluit. ‘Je doet alsof het er twintig zijn. Het is echt zo. Met je vierde vriendje ga je settelen. Samenwonen, kindjes, verloven…’

Altijd weloverwogen

‘Kindjes, echt?’ Ze begint te glunderen. ‘Jazeker, twee kindjes. Je wil graag nog een derde’, grijns ik. ‘Het zijn twee jongens, wat je altijd al dacht.’ Ze kijkt me triomfantelijk aan. Het gevoel een jongensmama te zijn begon al toen ik vijftien was, tijdens de relatie met Niels dus. ‘Vertel, wat wil je allemaal van me weten?’ Ze denkt even na. Altijd weloverwogen. Daarin is weinig veranderd. ‘Hoe ziet ons leven er verder uit? Verloofd?’ ‘Ja, verloofd. Samenwonend, in het dorp vlakbij waar je bent opgegroeid. Je gaat studeren, in Amsterdam en in Nijmegen. Je bachelor en master halen.’ Niet bepaald zonder slag of stoot, wederom door depressies en de angststoornis, die dan een hoogtepunt bereiken. Of dieptepunt, het is maar hoe je het bekijkt. Ik durf het haar weer niet te zeggen. Straks geeft ze nog op. Of begint ze er helemaal niet aan.

Lees verder onder de advertentie

IJdele hoop

‘En papa en mama?’ Ze kijkt me hoopvol aan, maar deze ijdele hoop durf ik wel meteen de kop in te drukken. ‘Komen niet meer bij elkaar.’ Haar gezicht betrekt en ze neemt snel een slok koffie om haar verdriet te maskeren. ‘Ze krijgen allebei leuke nieuwe partners waar ze inmiddels mee samenwonen, een eindje bij ons vandaan. En je hebt er nog wat aan ook, want mama gaat op een boerderij wonen, waar jij jouw eerste eigen paard in de wei mag zetten.’ Haar ogen beginnen te schitteren. ‘Een eigen paard? Echt?’ Ik knik. Ik laat maar achterwege dat acht jaar later haar hart en ziel worden gecrusht als dat betreffende paard ingeslapen moet worden. Laten we de toekomst niet nog naarder maken dan ze nu al denkt dat het gaat zijn. Een pessimist in hart en nieren, toen al. ‘Het mooiste paardje ooit. Zij voelt eigenlijk als je eerste kind.’

‘En qua werk? Ik heb eigenlijk gewoon echt geen flauw idee wat ik moet met m’n leven.’ Ik lach. ‘Ook dat vind je uiteindelijk wel.’ ‘Word ik schrijfster?’ ‘Soort van. Je schrijft nog steeds verhalen, maar die durf je nog niet te publiceren. Dat komt ooit nog wel. Je werkt voor Kek Mama. Je schrijft dagelijks artikelen over het moederschap.’ Wederom een ongelovige blik.

Trots

Ik kijk haar aan, een beetje trots, eigenlijk. Want kijk eens hoe ver dat onzekere, depressieve meisje eigenlijk is gekomen, vijftien jaar later? Dat heeft ze maar mooi voor elkaar gekregen. ‘Je gaat het allemaal doen. Het wordt echt beter. Het gaat niet vanzelf en niet in een rechte lijn, maar het komt goed. Het wordt donker soms. Heel donker. En toch wordt het uiteindelijk ook weer licht. Je komt uit die tunnel, al voelt het oneindig. Beloofd.’ Ze schrikt een beetje van de woorden. Ik zie haar denken: wordt het nóg erger? ‘Alles wat je nu niet voor mogelijk houdt, ga je doen. Het moederschap zal je helen, het maakt je hart weer heel. Je zal eindelijk een gevoel van bestaansrecht vinden, als je moeder wordt. Je vindt jezelf langzaam maar zeker terug. Elke keer als je denkt dat je niet meer kan, kan je dat toch. Echt. Volhouden en doorgaan. Opnieuw en opnieuw. En hulp vragen, niet te vergeten.’

Ze kijkt me aan, met een klein lichtje in haar ogen dat er net nog niet was. ‘On particularly rough days when I’m sure I can’t possibly endure, I like to remind myself that my track record for getting through bad days so far, is 100% and that’s pretty good.’ Ik glimlach. Ah. Op mijn zestiende had ik mijn favoriete quote al ontdekt. Nog steeds accuraat, tot op de dag van vandaag. Ik tik mijn glas thee tegen haar grote beker koffie. ‘Precies. You got this.’

Meest bekeken