Tjalina Dewus (35) kreeg borstkanker, werd schoon verklaard, maar de ziekte kwam terug – tijdens haar zwangerschap van een wonderbaby. Einde oefening, zeiden de artsen. Maar opgeven doet ze niet – niet voor zichzelf, en al helemaal niet voor haar kinderen (6 en 1). ‘Ik blijf zoeken, ik blijf vechten.’
Lees verder onder de advertentie
“Het was 2021. Ik voelde een knobbeltje in mijn borst en ging ermee naar de huisarts. Hij stelde me gerust: “Het kan van alles zijn. Je bent pas 31, negen van de tien keer is het niets.” Dus toen ik die pijnlijke mammografie onderging, dacht ik dat dat het ergste was. Dat was het niet. Van een check ‘voor de zekerheid’ ging ik naar echo’s, bloedonderzoeken en uiteindelijk de diagnose: borstkanker, stadium drie.
Lees verder onder de advertentie
Overleven
Ik was in shock. Natuurlijk. Maar tegelijk had ik één doel: overleven. Hoe ziek ik ook was, zo voelde ik me niet. Kanker doet geen pijn. De chemo maakte me ziek. Die trok een zware wissel op mijn lijf en hoofd. Plots kon ik er niet meer zijn voor mijn zoontje van twee. We waren altijd samen, en ineens werd hij overal naartoe gebracht. Opa’s, oma’s, vrienden vingen hem op. Ik wilde voor hem zorgen, maar kon vaak dagen mijn bed niet uit. Zo beroerd was ik. Soms keek hij uren filmpjes op de iPad, omdat ik simpelweg niet anders kon.
Lees verder onder de advertentie
”
Kanker doet geen pijn, de chemo maakte me ziek
In zes maanden tijd kreeg ik zestien chemobehandelingen. Ze sloegen aan: de tumor werd kleiner. Er volgde een dubbele borstamputatie. Daar had ik me op verkeken. Ik dacht: mensen doen ook borstvergrotingen, hoe erg kan het zijn? Maar dit was iets totaal anders. Mijn hele borstkas werd leeggeschraapt. Toch waren er nog actieve cellen, dus volgden bestralingen. En daarna: elke dag acht chemopillen, chemo light.
Tijdens de bestralingen zag de arts een verdacht plekje in mijn oksel. Mijn behandelend arts vond het niets, gewoon een opgezette lymfeklier. Ik vroeg of het weggehaald kon worden, maar dat gebeurde niet. Je vertrouwt als patiënt op de expertise van je arts; hij heeft er toch voor geleerd. Een paar maanden later, tijdens een controlescan, zei een andere oncoloog dat alles er goed uitzag. “Ook bij mijn oksel?” vroeg ik uit reflex. “Ja hoor, ook daar.” Vijf minuten later belde hij terug. Er zat wél een tumor. Over het hoofd gezien. Ik vraag me weleens af wat er was gebeurd als ik die vraag niet had gesteld. Het ziekenhuis erkende de fout. De tumor van één bij één centimeter werd verwijderd en een half jaar later werd ik schoon verklaard.
Voor mij begon het toen eigenlijk pas. Toen ik hoorde dat ik ziek was, voelde ik weinig. Ik stapte op die rijdende trein, alles draaide om overleven. Ik voelde pas wat het met me had gedaan toen ik licht aan het einde van de tunnel zag. Voor de buitenwereld komt de schok bij de diagnose. Ik vond het juist mentaal het allerzwaarst toen de rest zei: “Maar het gaat nu toch goed?” Toch ging de vlag uit. Mijn zoon was bijna vier. Het was tijd voor een nieuw begin, dachten we.
Lees verder onder de advertentie
Positieve test
Een half jaar na de positieve uitslag volgde er nog één:twee streepjes op de zwangerschapstest. Onmogelijk, dacht ik. Ik wenste altijd al meer kinderen, maar na, maar na alle chemo had ik die hoop allang opgegeven. In het ziekenhuis had ik daar moeilijke gesprekken over gevoerd. Artsen vertelden me dat ik door de behandelingen waarschijnlijk onvruchtbaar was. En tóch was ik zwanger van een wonderbaby. Mijn oudste zou geen enig kind blijven. Dat vond ik misschien nog wel het allermooiste. Tegelijkertijd was er ook angst. Een controlescan stond nog gepland. Wat als de kanker terug was? De kans dat het dan ongeneeslijk zou zijn, was groot. Zou het kindje gezond zijn na alles wat mijn lijf had doorgemaakt? Was mijn eicel niet beschadigd door de chemo? Toch probeerde ik me vast te houden aan het positieve: dit voelde als een teken. Een nieuw begin.
Lees verder onder de advertentie
”
Artsen vertelden me dat ik onvruchtbaar was en toch was ik zwanger van een wonderbaby
Foute boel
De roze wolk kleurde donker toen ik bij het optillen van mijn oudste een pijnscheut in mijn oksel voelde. Meteen wist ik: dit klopt niet. Toch probeerde ik het weg te wuiven. Na meerdere operaties was mijn oksel ook gewoon gevoelig geworden. Stootte ik mijn teen, dan dacht ik ook weleens: het is mis. Ik was al drie keer eerder teruggegaan naar het ziekenhuis, omdat ik mijn lichaam niet vertrouwde. Zouden ze me nog wel serieus nemen? Maar mijn moeder zei vastbesloten: “bel liever te vaak dan te weinig”. Het was 2024 en ik was 32 weken zwanger toen het nieuws kwam: de kanker was terug.
Ik zou opnieuw geopereerd moeten worden, en chemo was eigenlijk noodzakelijk. Maar dat idee – chemo terwijl er een baby in je groeit – voelde zó fout. Ik vroeg of ze het kindje eerder konden halen. De artsen wilden liever wachten, maar ik drukte het toch door. Ik houd intens veel van dit kindje. Maar ook van mezelf en mijn oudste. Hem gun ik ook een moeder. Wachten leidt alleen maar tot de dood.
Lees verder onder de advertentie
Twee uitersten
Mijn zoon werd met 34 weken gehaald. In het ziekenhuis hadden we samen een heerlijke kraamweek. Ik zweefde van geluk, ondanks alles. Zo blij was ik met die kleine man. Dat ik een week later zelf onder het mes moest, deed daar niets aan af. Ze verwijderden de lymfeklieren in mijn oksel en stiekem ging ik ervan uit dat het wel goed zou komen. De PET-scan liet iets anders zien: het was einde oefening. Aan de ene kant staat dat slechtnieuwsgesprek op mijn netvlies gebrand, aan de andere kant was het een waas. Ik was twee weken geleden bevallen en zat nog altijd op die roze wolk. Toch stapte ik de deur uit met de boodschap: “Het is klaar. We kunnen niets meer voor je doen.” De arts moest zelf ook huilen.
Lees verder onder de advertentie
”
Chemotherapie terwijl er een baby in me groeit? Dat voelde zo fout!
Een week lang kon ik ook niet anders dan dat. Toen pakte ik mijn ballen bij elkaar en kwam de strijdlust terug. Niemand zei iets hoopvol, maar ik weigerde me hierbij neer te leggen. Ik had net een baby gekregen – ik kon nu toch zeker niet doodgaan? Ik begon te zoeken. Wat kon er nog wél? Waren er alternatieve mogelijkheden? Opties in het buitenland? Het zorgsysteem in Nederland is gericht op de behandelingen waar het merendeel van de patiënten baat bij heeft. Maar een hele kleine kans is nog steeds een kans. En ik wilde elke kans grijpen.
Dankbaar
Ik vond een privékliniek in Duitsland. Daar konden ze van alles proberen, zolang ik maar zelf betaalde. Ik kreeg immuuntherapie en vaccinaties die mijn immuunsysteem aanstuurden. De behandelingen sloegen aan. In een half jaar tijd ging ik van uitbehandeld naar een schone scan. In remissie, zoals dat heet. Een ongelooflijk moment. Inmiddels ben ik meer dan €250.000 kwijt, maar ik bén er nog wel. Dankzij vrienden, familie, kennissen – zelfs wildvreemden – die zich voor me inzetten. Ze organiseren bingo’s, loterijen en benefietacties: alles om geld op te halen. Zij redden mijn leven, en ik ben daar zó dankbaar voor.
Lees verder onder de advertentie
”
Ik ben al 250.000 euro kwijt, maar ik bén er nog
Ondertussen probeer ik het leven van mijn jongens zo normaal mogelijk te houden. Ik gun ze die onbezorgde jeugd, hoe moeilijk dat ook is. Mijn oudste is eraan gewend om altijd mee te gaan naar doktersafspraken. “Het is niet erg,” zeg ik dan. Ik kies ervoor het vooral geen zwaarte te geven en leer mijn kinderen overal het positieve in te zien. Dat doe ik zelf ook, al is het niet altijd makkelijk. Zeker nu mijn oudste zes is, krijgt hij er steeds meer van mee. De relatie met hun vader staat op een laag pitje. Mijn herstel gaat voor. We wonen bij mijn ouders, die me helpen waar ze kunnen. De jongens vinden het eigenlijk wel gezellig.
Lees verder onder de advertentie
Blijven vechten
Maar ’s nachts maal ik. De crowdfunding bracht me ver, maar ik ben er nog niet. Het geld raakt op… Iedere drie weken naar Duitsland is financieel niet vol te houden. Maar wat dan? Moet ik de behandelingen spreiden? Wat als het helemaal niet meer lukt? Ik ben dankbaar dat ik hier nog ben, maar het voelt ook zo onzeker. Eén ding weet ik zeker: ik geef nooit op. Ik blijf zoeken, blijf vechten. Tot het bittere eind. Voor mijn kinderen, zodat ze een moeder hebben.”
We doen allemaal ons best, maar eerlijk is eerlijk: sommige moeders zijn nét een tikkie… intenser. Je weet wel, de moeders die bij elke nies al googelen of het kinkhoest is. De moeders die hun kind een helm willen opzetten om naar de speeltuin te gaan. Grote kans dat als je overbezorgd bent, je sterrenbeeld […]
Kijk, we maken allemaal weleens fouten als ouder. Het hoort erbij. Maar sommige gewoontes kunnen — als je ze keer op keer herhaalt — je kind echt schade toebrengen. Emotioneel. Mentaal. En op de lange termijn.
Je kind hoeft echt niet op zijn of haar vierde een businessplan te schrijven of knuffels te coachen met post-its op hun voorhoofd om later succesvol te worden.
Genoeg vrouwen doen het weleens: stiekem in zijn telefoon kijken. Niet omdat ze op zoek zijn naar ellende, maar omdat er iets wringt. Een gevoel. Iets wat niet helemaal klopt. Het overkwam Iris. En voor ze het wist, zat ze in zijn telefoon, op zoek naar antwoorden waar ze helemaal niet voor was.
Marloes (33) is redacteur bij Kek Mama en woont met vriend, peuter (4) en baby (11 maanden) in Arnhem. Ze schrijft in haar columns over hoe ze het hoofd boven water houdt in haar chaotische gezinsleven en de overgang van één naar twee kinderen. Deze week over de eerste schooldag
Sabrine (34) had duidelijke regels voor kraambezoek: handen desinfecteren, afstand houden en géén foto’s online. Maar haar schoonmoeder dacht daar heel anders over.